Uitspraak
op grond van artikel 69van de Faillissementswet (hierna: Fw) ingediend door:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een schuldeiser in het faillissement van een besloten vennootschap, heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro om als belanghebbende in een beroepsprocedure ex artikel 67 Fw Pro te worden aangemerkt en alle relevante informatie te ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster een persoonlijk belang nastreeft, namelijk haar positie in de beroepsprocedure tegen een beschikking van de rechter-commissaris. Dit persoonlijke belang valt niet onder de reikwijdte van artikel 69 Fw Pro, dat uitsluitend ziet op belangen die de curator uit hoofde van zijn taak dient te behartigen en het algemeen belang van alle schuldeisers.
De curator en rechter-commissaris hebben zich op het standpunt gesteld dat het verzoek niet ontvankelijk is omdat het persoonlijke belangen betreft en de gevraagde informatie vertrouwelijk is. De rechtbank volgt dit oordeel en wijst het verzoek af. Tevens is het verstrekken van de gevraagde stukken niet relevant voor het beheer van de boedel, maar voor de beroepsprocedure waarover de rechter-commissaris geen zeggenschap heeft.
De beslissing is genomen door rechter-commissaris R.G.C. Veneman en griffier R.S.S. Huizinga en is uitgesproken op 10 oktober 2022. Verzoekster kan tegen deze uitspraak binnen vijf dagen hoger beroep instellen.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek om informatieverstrekking op grond van artikel 69 Faillissementswet.