ECLI:NL:HR:2010:BK8211
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wettelijke grondslag rookverbod in horeca en vernietigt vrijspraak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vrijspraak door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Verdachte werd verdacht van het niet naleven van de verplichting tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod in een horecagelegenheid, zoals voorgeschreven in de Tabakswet en het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten.
Het hof oordeelde dat artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet geen toereikende wettelijke grondslag bood voor het rookverbod in horecagelegenheden zonder personeel en sprak verdachte vrij. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in en voerde aan dat het rookverbod wel degelijk een wettelijke basis heeft in genoemde bepalingen.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet een toereikende wettelijke grondslag biedt voor de verplichting tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod zoals neergelegd in artikel 3 van Pro het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten. De uitspraak van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.