ECLI:NL:GHSHE:2009:BI3572
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Huurman-van Asten
- Y.G.M. Baaijens-van Geloven
- J.M. Reijntjes
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring rookverbod in horecainrichtingen zonder personeel wegens gebrek aan wettelijke grondslag
In deze strafzaak stond centraal de vraag of het rookverbod in horecainrichtingen zonder personeel, zoals neergelegd in artikel 3 van Pro het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, een deugdelijke wettelijke basis heeft. Verdachte werd ervan beschuldigd het rookverbod niet te hebben ingesteld, aangeduid of gehandhaafd in een café zonder personeel.
De verdediging voerde aan dat het rookverbod strijdig is met het legaliteitsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, en internationale verdragen zoals het EVRM en IVBPR, en dat het Besluit Uitvoering geen rechtsgeldige aanwijzing bevat om een dergelijk rookverbod op te leggen aan horecaondernemers zonder personeel. Tevens werd betoogd dat het rookverbod een onaanvaardbare inbreuk vormt op het eigendomsrecht van kleine horecaondernemers.
Het hof oordeelde dat artikel 3 van Pro het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten niet binnen de wettelijke kaders van artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet valt. Het rookverbod is daarmee onverbindend voor horecagelegenheden zonder personeel. De rechtbank sprak verdachte vrij omdat niet bewezen kon worden dat hij de verplichtingen uit artikel 10, eerste lid, van de Tabakswet had geschonden.
De overige verweren van de verdediging behoefden geen nadere bespreking. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het rookverbod in horecagelegenheden zonder personeel geen deugdelijke wettelijke grondslag heeft.