ECLI:NL:HR:2010:BK9232
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de betrokkene werd veroordeeld voor het telen en verwerken van hennepplanten en waarbij een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €40.000,- op basis van een berekening die uitging van 1350 hennepplanten, een opbrengst van 22 gram per plant en een verkoopprijs van €2.000 per kilo, minus kosten. Het hof baseerde zich daarbij op verschillende rapporten en proces-verbalen, waaronder een rapport van de politie en een rapport van het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. Met name blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat er daadwerkelijk een oogst heeft plaatsgevonden van de aangetroffen hennepplanten. Hierdoor is het oordeel van het hof ontoereikend gemotiveerd en voldoet het arrest niet aan de wettelijke vereisten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep op de ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de ontnemingsvordering.