ECLI:NL:HR:2010:BK9233
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbehoorlijke motivering afwijzing getuigenverzoek
In deze strafzaak heeft de verdachte bij het gerechtshof een verzoek ingediend om een verbalisant als getuige te horen. Dit verzoek werd tijdens de terechtzitting van 15 oktober 2007 door het hof voorshands afgewezen, zonder dat een gemotiveerde beslissing werd gegeven. Tijdens een latere zitting op 4 juni 2008 werd het verzoek niet opnieuw besproken.
De Hoge Raad oordeelt dat de afwijzing, hoewel door het hof als voorlopig bedoeld, als definitief moet worden beschouwd omdat het verzoek niet is ingetrokken en er geen nadere beslissing is genomen. Volgens de Hoge Raad is de maatstaf voor de beoordeling van een dergelijk getuigenverzoek de noodzaak daarvan, zoals bepaald in de artikelen 315 en 328 van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft nagelaten deze afwijzing te motiveren, waardoor niet kan worden vastgesteld of de juiste maatstaf is gehanteerd. Dit motiveringsgebrek leidt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens gebrek aan motivering bij afwijzing getuigenverzoek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.