ECLI:NL:HR:2010:BL1051

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04237
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert naheffingsaanslag en boete omzetbelasting na cassatie

Belanghebbende kreeg voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boete opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag en boete. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, en het hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, met drie middelen. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, vernietiging van de uitspraken van hof en rechtbank, en afdoening door de Hoge Raad zelf.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraken en stelde de naheffingsaanslag vast op € 96.122 en de boete op € 15.833. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de Inspecteur tot betaling van proceskosten voor het hof en de rechtbank. De zaak werd afgedaan zonder nadere motivering van de middelen, mede vanwege samenhang met een andere zaak.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vermindert de naheffingsaanslag en boete, en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten.

Uitspraak

Nr. 08/04237
17 september 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X1 te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 29 augustus 2008, nr. 163/07, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, alsmede een boete. De naheffingsaanslag en de boetebeschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 06/1398) heeft het tegen die uitspraken beroep ingestelde ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld, en daarbij drie middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 17 december 2009 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie, vernietiging van de uitspraak van het Hof, en het door Hoge Raad zelf afdoen van de zaak.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve aanwezig bevonden grond voor cassatie
Op de grond vermeld in punt 4 van het heden in de zaak met nummer 08/04233 uitgesproken arrest van de Hoge Raad kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Inspecteur heeft € 19.228 te veel nageheven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten van het geding in cassatie. De Inspecteur zal worden veroordeeld in de kosten van het geding voor het Hof en van het geding voor de Rechtbank. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat in beroep en hoger beroep de zaak met nummer 08/04233 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, alsmede de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraken van de Inspecteur,
vermindert de naheffingsaanslag tot een naheffingsaanslag ten bedrage van € 96.122,
vermindert de boete tot op € 15.833,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 216, en
veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 966, derhalve € 483, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en in de kosten van het geding voor de Rechtbank aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 966, derhalve € 483, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, derhalve in totaal € 966.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, E.N. Punt, J.A.C.A. Overgaauw en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2010.