ECLI:NL:PHR:2010:BL1116
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgerlijke rechter bij benoeming transcultureel psychiater in TBS-verlengingsprocedure
In deze zaak staat centraal of de burgerlijke rechter zich kan bemoeien met de benoeming van deskundigen door de minister van Justitie in het kader van de zesjaarrapportage bij een vordering tot verlenging van terbeschikkingstelling (TBS).
De eiser betoogde dat een transcultureel psychiater moest worden benoemd vanwege zijn culturele achtergrond en eerdere onderzoeken. De voorzieningenrechter had de Staat bevolen een transcultureel psychiater aan te wijzen, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat de minister beleidsvrijheid heeft en de burgerlijke rechter slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan ingrijpen.
De Hoge Raad bevestigt dat geschillen in de strafvorderlijke sfeer zo veel mogelijk door de strafrechter moeten worden beoordeeld en dat de burgerlijke rechter zich niet mag mengen in de benoeming van deskundigen voor de strafrechterlijke verlengingsprocedure. Ook de professionele autonomie van de benoemde deskundigen en de mogelijkheid voor de strafrechter om zelf deskundigen te horen, ondersteunen dit oordeel.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat een voorwaardelijke veroordeling op voorhand in nakosten niet mogelijk is volgens art. 237 Rv Pro, en dat de regeling voor nakosten strikt moet worden toegepast. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en oordeelt dat de burgerlijke rechter geen taak heeft bij de benoeming van een transcultureel psychiater in de TBS-verlengingsprocedure.