ECLI:NL:HR:2010:BL1123

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03696
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 772 lid 3 oud RvArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling terugbetaling vervallen beslagsom bij rekening en verantwoording

In deze zaak vorderde eiser een verklaring voor recht dat hij rekening en verantwoording had afgelegd conform een eerder vonnis, en betaling van een bedrag van €45.378,02. De rechtbank wees de vorderingen bij verstek af, maar het hof vernietigde dit en verklaarde dat eiser wel degelijk rekening en verantwoording had afgelegd. Het meer gevorderde werd afgewezen.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het middel faalde op de gronden zoals uiteengezet door de Advocaat-Generaal en verwierp het beroep. De Hoge Raad bevestigde daarmee dat de vervallen beslagsom niet terugbetaald hoeft te worden indien na het verval alsnog rekening en verantwoording wordt afgelegd.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, maar begrootte deze aan de zijde van verweersters op nihil. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt in de kosten veroordeeld.

Uitspraak

19 maart 2010
Eerste Kamer
08/03696
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploten van 2 en 8 mei 2007 [verweerster] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Alkmaar en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat [eiser] rekening en verantwoording heeft afgelegd zoals bedoeld in het vonnis van de rechtbank van 22 februari 1990 en voorts [verweerster] c.s. te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 45.378,02, met rente en kosten.
De rechtbank heeft bij verstekvonnis van 4 juli 2007 de vorderingen afgewezen.
Tegen het verstekvonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 27 maart 2008 heeft het hof het verstekvonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, voor recht verklaard dat [eiser] rekening en verantwoording heeft afgelegd zoals bedoeld in het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank van 22 februari 1990. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 tot en met 14.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 maart 2010.