ECLI:NL:HR:2010:BL1125

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03617
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 FwArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking verrekening loonvordering bij faillissement tot bedrag boven beslagvrije voet

In deze zaak heeft de rechtbank Arnhem op verzoek van [verweerder] [verzoeker] in staat van faillissement verklaard nadat [verzoeker] niet was verschenen bij de behandeling. [Verzoeker] kwam vervolgens in verzet tegen het vonnis, maar dit verzet werd door de rechtbank afgewezen. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Hiertegen stelde [verzoeker] beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad overwoog dat de appelrechter niet ambtshalve hoeft te toetsen of de rechtbank in eerste aanleg op grond van art. 2 lid 1 Fw Pro bevoegd was tot het uitspreken van het faillissement. Tevens werd bevestigd dat de verrekening van een loonvordering met een tegenvordering beperkt blijft tot het deel van het loon dat niet onder de beslagvrije voet valt.

De klachten van [verzoeker] konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het faillissement wordt bekrachtigd.

Uitspraak

19 maart 2010
Eerste Kamer
09/03617
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 30 maart 2009 gedateerd verzoekschrift heeft [verweerder] de rechtbank Arnhem verzocht [verzoeker] in staat van faillissement te verklaren.
[Verzoeker] is niet verschenen bij de behandeling van het verzoek.
Bij vonnis van 7 juli 2009 heeft de rechtbank [verzoeker] in staat van faillissement verklaard, een rechter-commissaris benoemd en een curator aangesteld.
[Verzoeker] is vervolgens in verzet gekomen en heeft de rechtbank verzocht het vonnis van faillietverklaring te vernietigen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 4 augustus 2009 het verzet van [verzoeker] afgewezen en het vonnis van 7 juli 2009 bekrachtigd.
Tegen het vonnis van 4 augustus 2009 heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 31 augustus 2009 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zaak is voor [verzoeker] toegelicht door zijn advocaat en voor [verweerder], namens zijn advocaat, door mr. M.V. Polak, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 maart 2010.