ECLI:NL:HR:2010:BL1609
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij diefstal
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2000, waarin de aanvraagster werd veroordeeld voor diefstal uit een bedrijfspand. De aanvraagster stelde dat de veroordeling niet had mogen plaatsvinden als de rechter bekend was geweest met ernstige onregelmatigheden in de geuridentificatieproef die als bewijsmiddel was gebruikt.
De Hoge Raad overwoog dat in de periode van september 1997 tot maart 2006 geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland vaak in strijd met het protocol werden uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van de resultaten niet kon worden gegarandeerd. Dit kan een grond voor herziening zijn indien het ernstig vermoeden bestaat dat zonder deze onregelmatigheid de rechter tot vrijspraak of een minder zware straf zou zijn gekomen.
In deze zaak werd echter geoordeeld dat ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef voldoende bewijs bestond om de aanvraagster te verbinden aan de diefstal. Dit bewijs bestond uit onder meer verklaringen van de gedupeerde, aangetroffen goederen, sporenonderzoek en andere proces-verbalen.
Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen. De veroordeling tot 21 maanden gevangenisstraf bleef in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 2 februari 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en handhaaft de veroordeling tot 21 maanden gevangenisstraf.