ECLI:NL:HR:2010:BL1639
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over waardebepaling en schadeloosstelling bij vervroegde onteigening voor reconstructie verkeersweg
De Provincie Zuid-Holland heeft vervroegde onteigening gevorderd van een perceel ten behoeve van de reconstructie van de Nieuwe Hoefweg (N209). De rechtbank Rotterdam heeft de onteigening uitgesproken en de schadeloosstelling vastgesteld, waarbij rekening werd gehouden met een bestemmingsplan dat op de peildatum nog in procedure was.
[Eiseres] stelde dat de waardevermindering door het nog niet in werking getreden bestemmingsplan niet in aanmerking mocht worden genomen, verwijzend naar de Matser-Markus jurisprudentie. De rechtbank verwierp dit standpunt en hield vast aan de waardering inclusief de invloed van het bestemmingsplan.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep tegen het tussenvonnis niet-ontvankelijk is omdat dit vonnis niet definitief is over onteigening of schadeloosstelling. Wel vernietigt de Hoge Raad het eindvonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens wordt geoordeeld dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde door niet te onderzoeken of het bestemmingsplan slechts een juridisch-planologische onderbouwing voor het werk vormde, waardoor de waardevermindering buiten beschouwing moet blijven. De kosten van het geding in cassatie worden aan de Provincie opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenvonnis is niet-ontvankelijk; het eindvonnis wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof.