ECLI:NL:HR:2010:BL2149
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid funderingskosten monumentenpand bij weigerachtige mede-eigenaren
Belanghebbende en zijn echtgenote zijn mede-eigenaar van een appartementsrecht in een rijksmonument dat is gesplitst in meerdere appartementsrechten. Eind 2007 bleek de fundering van het pand in slechte staat, waarna herstelwerkzaamheden noodzakelijk waren. Twee mede-eigenaren dreigden het besluit tot aanbesteding te blokkeren, waardoor belanghebbende en zijn echtgenote een groter deel van de kosten hebben gedragen dan hun aandeel volgens het splitsingsreglement.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en wees de aftrek van de extra betaalde funderingskosten af. De Hoge Raad stelde echter vast dat de funderingskosten onderhoudskosten zijn in de zin van de Wet IB 2001 en dat deze kosten op grond van de overeenkomst tussen de eigenaren voor rekening van belanghebbende komen. De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en de Inspecteur en stelde de aanslag naar beneden bij.
De Hoge Raad verwierp tevens het subsidiaire standpunt van de Inspecteur dat de aftrek moest worden verminderd met een percentage van de waarde van de woningen van de weigeraars. De uitspraak benadrukt dat de zakelijke afspraken tussen eigenaren bepalend zijn voor de aftrekbaarheid van kosten, ook bij afwijking van het splitsingsreglement.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en acht de funderingskosten aftrekbaar als onderhoudskosten van de eigen woning ondanks weigering van mede-eigenaren.