ECLI:NL:PHR:2010:BL2149
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van funderingskosten bij appartementsrecht in monumentenpand
Belanghebbende en zijn echtgenote zijn eigenaar van een appartement in een monumentenpand dat is gesplitst in appartementsrechten. Het pand verkeerde in slechte staat, waardoor funderingsherstel noodzakelijk was. De kosten hiervan werden verdeeld volgens het splitsingsreglement, waarbij belanghebbende ook een deel van de kosten droeg die volgens het reglement voor rekening van andere eigenaren waren.
Belanghebbende vorderde aftrek van deze meerkosten als onderhoudskosten van zijn eigen woning in de inkomstenbelasting. De Inspecteur wees dit af en de Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in met het argument dat het reglement niet de enige maatstaf mag zijn voor de aftrekbaarheid van kosten.
De Hoge Raad bevestigt dat het appartementsrecht een exclusief gebruiksrecht is gekoppeld aan mede-eigendom van het gebouw en dat de eigen woning het gedeelte is dat op grond van dat recht ter beschikking staat. De onderhoudskosten van gemeenschappelijke gedeelten, zoals de fundering, zijn aftrekbaar naar rato van het aandeel in de gemeenschap zoals bepaald in het splitsingsreglement.
Meeruitgaven die een eigenaar vrijwillig draagt voor kosten die volgens het reglement voor andere eigenaren zijn, kunnen fiscaal niet worden toegerekend aan zijn eigen woning. Het oordeel van de Rechtbank wordt bevestigd en het cassatiemiddel wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat onderhoudskosten van gemeenschappelijke funderingen alleen aftrekbaar zijn naar rato van het eigenaarsdeel, niet voor meerkosten gedragen namens andere eigenaren.