ECLI:NL:HR:2010:BL3600
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij verzet tegen aanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2005 een aanslag vennootschapsbelasting en een boete opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag en boete. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank Haarlem, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak, waarop de Rechtbank het verzet gegrond verklaarde, maar geen beslissing nam over het verzoek om proceskostenvergoeding.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat bij een gegrond verzet tegen een belastingaanslag de hoofdregel geldt dat het bestuursorgaan de proceskosten moet vergoeden, ook als het bestuursorgaan het geschil niet heeft uitgelokt of verdedigd. De Rechtbank had onjuist geoordeeld dat de vergoeding afhankelijk was van het gegrond of ongegrond zijn van het beroep.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze geen beslissing over de proceskostenvergoeding bevatte en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak voor zover deze geen beslissing over proceskostenvergoeding bevat en verwijst de zaak terug.