ECLI:NL:HR:2010:BL4111

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03465
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel van fout in duur voorwaardelijke ontzegging rijbevoegdheid door Hoge Raad

In deze zaak stond de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid centraal, die door de politierechter was opgelegd voor de duur van vier maanden. Het hof had de tenuitvoerlegging gelast nadat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd aan een nieuw strafbaar feit had schuldig gemaakt. In het arrest van het hof werd echter abusievelijk in het dictum een duur van tien maanden genoemd in plaats van vier maanden.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de verdachte behandeld en geoordeeld dat het hof kennelijk een vergissing had gemaakt in de duur van de ontzegging. De Hoge Raad heeft deze misslag hersteld door de duur van de ontzegging te corrigeren naar de oorspronkelijk opgelegde vier maanden.

Het beroep werd verder verworpen, waarmee de rest van het arrest van het hof in stand bleef. De uitspraak bevestigt het belang van nauwkeurigheid in de dictumformulering en de mogelijkheid van de Hoge Raad om kennelijke fouten te herstellen zonder het gehele arrest te vernietigen.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 13 april 2010, waarbij vice-president Koster als voorzitter en raadsheren Thomassen en Loth betrokken waren.

Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de duur van de voorwaardelijke ontzegging rijbevoegdheid naar vier maanden en verwerpt het cassatieberoep verder.

Uitspraak

13 april 2010
Strafkamer
Nr. 08/03465
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 31 maart 2008, nummer 21/004094-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.E.G. Peters, advocaat te Geleen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Arnhem van 26 juni 2006, parketnummer 05-652166-05, voorwaardelijk opgelegde straf van ontzegging van de rijbevoegdheid, en tot het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf van ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier maanden, met verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel richt zich tegen 's Hofs last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 26 juni 2006 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.
2.2. De bestreden uitspraak houdt het volgende in:
"Vordering tenuitvoerlegging, ten aanzien van parketnummer 652166-05.
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Arnhem van 26 juni 2006 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.
(...)
Beslissing
(...)
Tenuitvoerlegging
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 26 juni 2006, te weten van: ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 (tien) maanden."
2.3. Het Hof, dat heeft overwogen dat de tenuitvoerlegging van "die voorwaardelijk opgelegde straf" zal worden gelast, heeft in het dictum van zijn uitspraak kennelijk abusievelijk 10 (tien) maanden opgenomen, in plaats van 4 (vier) maanden. De Hoge Raad zal die misslag herstellen.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verstaat dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van de bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Arnhem van 26 juni 2006 voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier maanden;
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 13 april 2010.