ECLI:NL:PHR:2010:BL4111

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03465
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel van foutieve duur tenuitvoerlegging voorwaardelijke rijontzegging

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid werd gelast. De verdachte was door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van tien maanden. Dit betrof echter een vergissing, aangezien het oorspronkelijke vonnis van de politierechter te Arnhem van 26 juni 2006 een voorwaardelijke ontzegging van slechts vier maanden had opgelegd.

Namens de verdachte werd aangevoerd dat het hof ten onrechte de tenuitvoerlegging van een langere ontzegging had bevolen dan die was opgelegd. Uit het dossier bleek dat de verdachte een voorwaardelijke ontzegging van zes maanden had gekregen, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof had abusievelijk de tenuitvoerlegging van tien maanden gelast in plaats van vier maanden.

De Hoge Raad oordeelde dat deze misslag hersteld kon worden en vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke rijontzegging betrof. De Hoge Raad beval de tenuitvoerlegging van de juiste duur van vier maanden en verwierp het beroep voor het overige. Er waren geen gronden om het arrest ambtshalve te vernietigen.

Deze uitspraak benadrukt het belang van nauwkeurigheid in de tenuitvoerlegging van straffen en corrigeert een administratieve fout zonder de inhoudelijke veroordeling aan te tasten.

Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de duur van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke rijontzegging van tien maanden naar vier maanden.

Conclusie

Nr. 08/03465
Mr. Vellinga
Zitting: 9 februari 2010 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem wegens 1. "Overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994" en 2. "Wederspannigheid" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand. Tevens is verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van tien maanden. Voorts heeft het Hof de tenuitvoerlegging van twee eerder voorwaardelijk opgelegde straffen gelast.
2. Namens verdachte heeft mr. H.E.G. Peters, advocaat te Geleen, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de beslissing van het Hof tot tenuitvoerlegging van een eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid.
4. Voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, houdt het bestreden arrest in:
"(...)
Vordering tenuitvoerlegging, ten aanzien van parketnummer 652166-05
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Arnhem van 26 juni 2006 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.
(...)
Beslissing
(...)
Tenuitvoerlegging
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 26 juni 2006, te weten van: ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 (tien) maanden.
(...)"
5. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het Hof ten onrechte de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van tien maanden heeft gelast, nu het op 26 juni 2006 ten laste van verdachte gewezen vonnis van de Politierechter te Arnhem een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van niet meer dan vier maanden inhoudt.
6. Tot de stukken behoort een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Arnhem d.d. 26 juni 2006, parketnummer 05-652166-05, waarbij verdachte onder meer is veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het Hof heeft dus de tenuitvoerlegging bevolen van een langere ontzegging van de rijbevoegdheid dan de verdachte voorwaardelijk was opgelegd.
7. Het middel slaagt.
8. De Hoge Raad kan deze misslag herstellen.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Arnhem d.d. 26 juni 2006, parketnummer 05-652166-05, voorwaardelijk opgelegde straf van ontzegging van de rijbevoegdheid en tot het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf van ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier maanden, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG