ECLI:NL:HR:2010:BL5567
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij opzet op verminderd bewustzijn
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem inzake opzet op verminderd bewustzijn volgens art. 243 Sr Pro. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor de strafmaat, met vermindering van de straf tot de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, wat leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren naar zeventien maanden en een week waarvan zes maanden voorwaardelijk met dezelfde proeftijd.
Het middel van cassatie wordt verworpen omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oplevert. De Hoge Raad vernietigt het arrest alleen voor de strafduur en bevestigt het overige oordeel van het hof.
De uitspraak is gewezen door de president en twee raadsheren en uitgesproken op 18 mei 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en een week waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.