ECLI:NL:HR:2010:BL5593
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Verkrijging rentevergoeding onder ouderlijke boedelverdeling is erfrechtelijke verkrijging, geen schenking
De zaak betreft aanslagen in het recht van schenking opgelegd aan de kinderen van een overledene, naar aanleiding van een overeenkomst tussen de langstlevende echtgenote en de kinderen over rentevergoeding op een onderbedelingsvordering. De kinderen hadden bezwaar gemaakt tegen de aanslagen, die door de Inspecteur waren gehandhaafd. De Rechtbank Haarlem vernietigde de aanslagen, maar het Hof Amsterdam verklaarde de beroepen ongegrond en handhaafde de aanslagen.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de kinderen gegrond verklaard en het arrest van het Hof vernietigd, waarbij de uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat de rentevergoedingsovereenkomst, hoewel afwijkend van de testamentaire rente, moet worden aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht en niet als een schenking.
De uitspraak verduidelijkt de uitleg van artikel 1, lid 2, van de Successiewet 1956 en artikel 4:13, lid 4, van het Burgerlijk Wetboek. De Hoge Raad benadrukte dat een overeengekomen rentevergoeding die afwijkt van testamentaire bepalingen in beginsel hetzelfde wordt behandeld als een testamentair bepaalde rentevergoeding. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan de zijde van de belanghebbenden.
Deze uitspraak bevestigt de fiscale rechtspositie van rentevergoedingsovereenkomsten binnen ouderlijke boedelverdelingen en voorkomt dat dergelijke overeenkomsten onterecht als schenkingen worden belast.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de rentevergoedingsovereenkomst een fictieve verkrijging krachtens erfrecht is en geen schenking, waardoor de aanslagen in het recht van schenking worden vernietigd.