ECLI:NL:HR:2010:BL6025

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03900
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake erfpacht en rechthebbende in leveringsakte

De zaak betreft een cassatieberoep van ontwikkelingsmaatschappij De Gouwe Geit B.V. tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage over de vraag wie als rechthebbende moet worden aangemerkt in de zin van de leveringsakte met betrekking tot een bedrag dat in depot is gegeven aan een notaris.

In de lagere instanties, te weten de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof, werd reeds uitspraak gedaan over deze kwestie. De Gouwe Geit stelde in cassatie dat het hof onjuist had geoordeeld, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad verwijst naar artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en stelt dat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat geen nadere motivering nodig is.

Het cassatieberoep wordt verworpen en De Gouwe Geit wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van de wederpartijen op nihil worden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van De Gouwe Geit wordt verworpen.

Uitspraak

23 april 2010
Eerste Kamer
08/03900
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ DE GOUWE GEIT B.V.,
gevestigd te Brielle,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiseres tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als De Gouwe Geit en verweerders ook als [verweerder 1] en [verweerster 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 228192/HAZA 04-3234 van de rechtbank Rotterdam van 2 maart 2005, 14 september 2005 en 19 april 2006,
b. de arresten in de zaak 06/1545 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 april 2007 en 24 april 2008.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft De Gouwe Geit beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder 1] en [verweerster 2] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt De Gouwe Geit in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerster 2] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.