ECLI:NL:HR:2010:BL6184
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding cassatietermijn
In deze zaak heeft verzoekster cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 juni 2009. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van de wettelijke cassatietermijn van drie maanden, zoals voorgeschreven in artikel 426 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De Rijkswet op het Nederlanderschap bevat geen afwijkende bepalingen met betrekking tot de cassatietermijn of het aanvangstijdstip daarvan. Daarom is de algemene cassatietermijn van drie maanden van toepassing, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van de beschikking.
De cassatietermijn in deze zaak verstreek op 4 september 2009, terwijl het verzoekschrift pas op 15 september 2009 bij de griffie van de Hoge Raad binnenkwam. Hierdoor is het cassatieberoep te laat ingediend en wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie derhalve afgewezen wegens overschrijding van de cassatietermijn en heeft deze beslissing op 23 april 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.