ECLI:NL:HR:2010:BL6186
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding cassatietermijn
In deze zaak heeft verzoeker tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft onderzocht of het cassatieberoep ontvankelijk is, waarbij de cassatietermijn van drie maanden volgens artikel 426 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) centraal stond.
De Rijkswet op het Nederlanderschap bevat geen afwijkende bepalingen omtrent de cassatietermijn of het aanvangstijdstip daarvan, waardoor de algemene termijn van drie maanden uit art. 426 lid 1 Rv Pro van toepassing is. De cassatietermijn liep af op 4 september 2009, terwijl het cassatieverzoekschrift pas op 15 september 2009 bij de griffie van de Hoge Raad binnenkwam.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door Hammerstein op 23 april 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.