ECLI:NL:HR:2010:BL6769
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het cassatieberoep tegen arrest gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 februari 2009. Verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, werd in hoger beroep veroordeeld. Het cassatieberoep werd ingesteld door de raadsman van verdachte, mr. K.R. Verkaart.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren J.P. Balkema en M.A. Loth, en uitgesproken op 20 april 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.