ECLI:NL:HR:2010:BL7690
Hoge Raad
- Cassatie
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak steigerinstorting Amercentrale
De Hoge Raad heeft op 15 juni 2010 uitspraak gedaan in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 januari 2008 betreffende een strafzaak over de instorting van een steiger bij de Amercentrale in Geertruidenberg.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest voor zover het de straf betreft, met vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Dit vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De uitspraak werd gewezen door raadsheer Balkema als voorzitter, en raadsheren De Hullu en Splinter-van Kan.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens overschrijding van de redelijke termijn.