Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2010:BL8502

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04724
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:310 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep in cassatie inzake beroepsaansprakelijkheid advocaat en verjaring vordering

In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal, waarbij tevens de vraag speelde of de vordering tot schadevergoeding op grond van rechtsdwaling (ex art. 3:310 BW Pro) was verjaard. De zaak kwam na eerdere procedures bij rechtbank en gerechtshof in cassatie bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Daarbij oordeelt de Hoge Raad dat het niet nodig is om de rechtsvragen nader te motiveren omdat deze niet bijdragen aan de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt de eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en blijft de verjaring van de vordering onverminderd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering is verjaard.

Uitspraak

11 juni 2010
Eerste Kamer
08/04724
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster], tegenwoordig geheten [A],
gevestigd te Leeuwarden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de maatschap.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 66148/HA ZA 04-826 van de rechtbank Leeuwarden van 14 december 2005,
b. het arrest in de zaak 0600147 van het gerechtshof te Leeuwarden van 2 april 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De maatschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de maatschap mede door mr. V.H. Wagner, advocaat te Rotterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 2 april 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de maatschap begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 juni 2010.