ECLI:NL:HR:2010:BL8513
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onverenigbaarheid Nederlandse fijnstofdifferentiatie BPM met EU-emissieverordening
De zaak betreft de Nederlandse maatregel van fijnstofdifferentiatie in de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen (Wet BPM), waarbij dieselauto's met hogere fijnstofuitstoot zwaarder worden belast. RAI c.s., belangenbehartigers van fabrikanten en importeurs, stelden dat deze maatregel strijdig is met Europese regelgeving, met name de Verordening (EG) nr. 715/2007 die harmonisatie van emissienormen beoogt.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit en verbood de Staat de maatregel toe te passen. Het hof oordeelde dat de maatregel het nuttig effect van de Verordening aantast, omdat zij feitelijk strengere normen oplegt dan de Euro-5 norm vóór de overgangstermijn en niet tijdig bij de Europese Commissie was aangemeld.
De Hoge Raad stelt vast dat de maatregel niet zonder meer onmiskenbaar onverenigbaar is met het gemeenschapsrecht. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de maatregel onmiskenbaar onverbindend zou zijn, met name heeft het niet aannemelijk gemaakt dat bepaalde dieselauto's onverkoopbaar zijn geworden. Ook benadrukt de Hoge Raad dat de Verordening lidstaten niet verbiedt emissies te betrekken in de grondslag van voertuigbelasting. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.