ECLI:NL:HR:2010:BL8779
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie ingediend, zoals vereist volgens artikel 437, tweede lid, Sv.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het beroep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, samen met raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos. De uitspraak vond plaats op 29 juni 2010. Hiermee is het cassatieberoep van de verdachte definitief afgewezen vanwege niet-naleving van de procesvereisten.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet-indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.