ECLI:NL:PHR:2010:BL8779
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoekster in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof te Amsterdam heeft verzoekster veroordeeld wegens medeplegen van oplichting en verduistering tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 100 uren. Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Verzoekster heeft in de procedure bij de Hoge Raad geen schriftuur ingediend die middelen van cassatie bevat. Hierdoor kan zij niet worden ontvangen in haar cassatieberoep, aangezien zij niet binnen de wettelijk gestelde termijn heeft gehandeld.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep. Dit betekent dat haar zaak anders zal aflopen dan die van haar partner, die wel in cassatie is gegaan.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens niet-indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.