ECLI:NL:HR:2010:BL8793
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongeoorloofde afwezigheid militair zonder aftrek vrije weekenden
In deze militaire strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte, een militair, terecht werd veroordeeld voor ongeoorloofd afwezig zijn volgens artikel 114, derde lid, Wetboek van Militair Strafrecht (WMSr). De verdachte was van 29 mei tot en met 2 juli 2006 niet aanwezig bij zijn onderdeel en hield zich niet aan de voorschriften van de Regeling ziek- en hersteldmelding defensiepersoneel.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een correcte ziekmelding en dat voor een veroordeling op grond van artikel 100, eerste lid, onder 2º WMSr een aaneengesloten periode van meer dan dertig dagen vereist is, waarbij vrije weekenden moeten worden afgetrokken. Het hof verwierp deze stelling en oordeelde dat de verdachte nalatig was in het nakomen van zijn meldingsplicht, waardoor sprake was van ongeoorloofde afwezigheid.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat de wettelijke bepalingen geen aftrek van vrije weekenden voorschrijven bij de beoordeling van de duur van de ongeoorloofde afwezigheid. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het cassatieberoep verworpen moest worden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor ongeoorloofde afwezigheid zonder aftrek van vrije weekenden.