ECLI:NL:HR:2010:BL9002

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01051
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen vrijspraak wegens onvoldoende motivering

In deze zaak heeft het Openbaar Ministerie beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd vrijgesproken. Het cassatieberoep richtte zich op de motivering van de vrijspraak. Namens verdachte werd het beroep van het OM tegengesproken door zijn advocaten.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee werd het beroep van het Openbaar Ministerie verworpen en bleef de vrijspraak in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president Koster als voorzitter en raadsheren Ilsink en Thomassen, en uitgesproken op 6 juli 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vrijspraak blijft gehandhaafd.

Uitspraak

6 juli 2010
Strafkamer
Nr. 08/01051
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 mei 2007, nummer 23/005630-04, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de verdachte hebben mr. C.W. Noorduyn en mr. Th.J. Kelder, beiden advocaat te 's-Gravenhage, het beroep van de Advocaat-Generaal tegengesproken.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 juli 2010.