ECLI:NL:PHR:2011:BR6598
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van effectieve controle in command responsibility onder Wet Oorlogsstrafrecht
In deze zaak staat de vraag centraal of verdachte als meerdere strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor het toelaten van martelingen en andere misdrijven gepleegd door ondergeschikten in de periode van 1 december 1985 tot en met 1 maart 1986 in Afghanistan, onder toepassing van de oude Wet Oorlogsstrafrecht (WOS).
Het hof heeft aansluiting gezocht bij het internationale recht en de doctrine van command responsibility, zoals ontwikkeld door het Joegoslaviëtribunaal (ICTY) en het Rwandatribunaal (ICTR). Essentieel is dat sprake moet zijn van 'effective control' over de ondergeschikten, wat inhoudt dat de meerdere feitelijke, afdwingbare controle moet hebben gehad om misdrijven te voorkomen of te bestraffen.
Na uitgebreide bewijswaardering, waaronder getuigenverklaringen en feitelijke omstandigheden, concludeerde het hof dat verdachte weliswaar een gezagsrelatie had met de ondergeschikten, maar niet de feitelijke mogelijkheid bezat om veranderingen aan te brengen in de structuur van de MID of de misdrijven te voorkomen. Er ontbraken gedetailleerde gegevens over tijdstippen van de misdrijven en over de bekendheid van verdachte met de details daarvan. Daarom was geen sprake van 'effective control' en werd verdachte vrijgesproken.
De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel dat stelt dat het hof een onjuiste maatstaf heeft toegepast bij de uitleg van command responsibility en effective control. De Hoge Raad bevestigt dat het hof de juiste internationale maatstaf heeft gehanteerd en dat het gebrek aan feitelijke gegevens terecht leidde tot de conclusie dat verdachte niet strafrechtelijk aansprakelijk is. Ook het beroep op het legaliteitsbeginsel en de terugwerkende kracht van de doctrine wordt verworpen.
De redelijke termijn is overschreden, maar aangezien verdachte is vrijgesproken, acht de Hoge Raad de vaststelling van de schending voldoende als compensatie. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van effectieve controle over ondergeschikten en daarmee geen strafrechtelijke aansprakelijkheid onder de doctrine van command responsibility.