ECLI:NL:HR:2010:BL9128

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02637 A
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 433 SvNA
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in Antilliaanse strafzaak wegens ontbreken belang

Op 11 mei 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 4 juni 2009. Het cassatieberoep betrof een klacht over de wijze waarop het hof het vonnis had gewezen, namelijk mede naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg waarbij de zaak bij verstek was behandeld.

De raadsman van verdachte had een middel van cassatie voorgesteld dat stelde dat het hof in strijd met artikel 433, eerste lid, SvNA had gehandeld. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden omdat niet was aangetoond dat de verdachte door de handelswijze van het hof in enig belang was getroffen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, en raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos. Het beroep werd verworpen, waarmee het vonnis van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens ontbreken van aantoonbaar belang.

Uitspraak

11 mei 2010
Strafkamer
nr. 09/02637 A
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 4 juni 2009, nummer H 57/09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende op [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof het bestreden vonnis in strijd met art. 433, eerste lid, SvNA mede heeft gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg waar de zaak bij verstek is behandeld.
2.2. Voor de procesgang verwijst de Hoge Raad naar de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.
2.3. Het middel kan niet tot cassatie leiden, reeds omdat het niet inhoudt dat en waarom de verdachte door 's Hofs handelwijze in enig belang is getroffen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 11 mei 2010.