ECLI:NL:HR:2010:BL9543
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vervaltermijnen partneralimentatie en voorwaarden verlenging
In deze zaak stond de vraag centraal of de termijn van drie maanden voor het indienen van een verzoek tot verlenging van partneralimentatie een vervaltermijn is en wanneer deze termijn aanvangt. Partijen waren gehuwd in 1971 en gescheiden in 1995, waarbij de alimentatieplicht van de man aan de vrouw was vastgesteld tot twaalf jaar na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
De man betaalde na het verstrijken van de termijn van twaalf jaar nog drie maanden alimentatie op advies van zijn advocaat. De vrouw verzocht binnen die periode om verlenging van de alimentatieplicht. De rechtbank verklaarde haar verzoek ontvankelijk en verlengde de termijn, maar het hof wees het verzoek af wegens overschrijding van de drie maanden termijn.
De Hoge Raad stelde vast dat zowel de termijn van twaalf jaar als de termijn van drie maanden vervaltermijnen zijn en dat de termijn van drie maanden begint te lopen vanaf het moment van de laatste alimentatiebetaling, tenzij bij die betaling is medegedeeld dat het de laatste is. Hierdoor is een stilzwijgende verlenging mogelijk. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij de verlenging van de alimentatieplicht wordt toegewezen.