ECLI:NL:HR:2010:BL9547

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04396
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging toepassing schuldsanering wegens niet-naleving informatieplicht en nieuwe schulden

De zaak betreft een verzoeker die in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) onder bewind staat. De rechtbank Zutphen heeft op 6 mei 2008 en 16 september 2009 vonnissen gewezen waarin de toepassing van de schuldsanering tussentijds werd beëindigd. Het hof Arnhem bevestigde deze beslissing in een arrest van 26 oktober 2009.

De reden voor de beëindiging was dat de schuldenaar niet voldeed aan zijn informatieplicht jegens de bewindvoerder, zoals voorgeschreven in artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet. Daarnaast had de schuldenaar bovenmatige nieuwe schulden laten ontstaan, wat de voortzetting van de schuldsanering onhoudbaar maakte.

De verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verzoeker niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsanering rechtsgeldig bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsanering.

Uitspraak

21 mei 2010
Eerste Kamer
09/04396
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 08/135 R van de rechtbank Zutphen van 6 mei 2008 en 16 september 2009,
b. het arrest in de zaak 200.044.248 van het gerechtshof te Arnhem van 26 oktober 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 mei 2010.