ECLI:NL:HR:2010:BL9548

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01847
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling huwelijksgemeenschap en uitleg huwelijkse voorwaarden bij verrekening woningwaarde

Deze zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, specifiek over de uitleg van een akte houdende huwelijkse voorwaarden en de bepaling van het verrekeningsbedrag van de woning. De kernvraag was of bij de verdeling alleen de overwaarde van het woongedeelte van de woning gelijkelijk moest worden verdeeld.

De procedure begon bij de rechtbank Groningen met meerdere beschikkingen tussen 2005 en 2008, gevolgd door een beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden in 2009. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking, waarbij de man verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De uitspraak bevestigt de uitleg van de huwelijkse voorwaarden en de wijze van verrekening van de woningwaarde zoals door lagere instanties vastgesteld, waarbij alleen de overwaarde van het woongedeelte in aanmerking wordt genomen bij de verdeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen, bevestigend de uitleg van de huwelijkse voorwaarden en de verrekening van de woningwaarde.

Uitspraak

4 juni 2010
Eerste Kamer
09/01847
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 74340/FA RK 04-1670 van de rechtbank Groningen van 1 maart 2005, 23 juni 2005, 9 mei 2006 en 8 januari 2008,
b. de beschikking in de zaak 107.004.925 (rekestnummer 0800279) van het gerechtshof te Leeuwarden van 10 februari 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 juni 2010.