ECLI:NL:HR:2010:BM0285
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die ten tijde van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland was en in Brazilië gedetineerd zat. Het hof had een gevangenisstraf van elf jaren en zes maanden opgelegd. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet leiden tot vernietiging van het arrest behalve het vierde middel, dat gegrond wordt verklaard. Dit middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden in de cassatiefase.
Als gevolg hiervan vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf tot elf jaren en drie maanden. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het arrest.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 8 juni 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot elf jaren en drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.