Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
13 februari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene, veroordeeld voor in- en uitvoer van grote hoeveelheden Xtc-pillen.
Het hof had een betalingsverplichting opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde cassatiemiddelen in tegen deze uitspraak, met name over de hoogte van de betalingsverplichting en het gebruik van getuigenverklaringen.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de uitspraak, maar uitsluitend met betrekking tot de hoogte van de betalingsverplichting, en tot vermindering daarvan volgens de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden, behalve voor de hoogte van de betalingsverplichting.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de betalingsverplichting met € 5.000, waardoor het te betalen bedrag € 2.955.102 bedraagt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor de hoogte van de betalingsverplichting, verminderd het bedrag, en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Betalingsverplichting ter ontneming verminderd tot € 2.955.102 wegens overschrijding redelijke termijn; beroep verder verworpen.