ECLI:NL:HR:2010:BM0287
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij noodweerexces
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch betreffende een strafzaak over noodweerexces. De verdachte was in voorlopige hechtenis en stelde beroep in cassatie in op 6 januari 2009.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht jaren tot zeven jaren en elf maanden.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster en raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen op 1 juni 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot zeven jaren en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.