ECLI:NL:HR:2010:BM0897
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nietigheid en termijn aanvang Wet voorkeursrecht gemeenten
In deze zaak stond centraal de vraag of de door de gemeente ingeroepen nietigheid op grond van artikel 26 lid 2 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) ook de krediethypotheek treft, en of de rechter overeenkomsten waarvan hij geen kennis heeft kunnen nemen op die grond kan nietig verklaren.
Verzoeksters, bestaande uit een natuurlijke persoon en een rechtspersoon, waren in het geding tegen de gemeente Leerdam. De procedure begon bij de rechtbank Dordrecht en vervolgde bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoeksters niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en verzoeksters werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt de toepassing van de termijn van acht weken zoals bedoeld in artikel 26 lid 2 Wvg Pro en beperkt de nietigheid tot de overeenkomsten waarvan de rechter kennis heeft kunnen nemen, waardoor niet alle gerelateerde zekerheden automatisch worden getroffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeksters wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten.