ECLI:NL:HR:2010:BM0942
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in omzetbelastingzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over onjuiste aangiften omzetbelasting door verdachte en zijn mededaders. Verdachte werd bewezenverklaard dat hij in meerdere perioden onjuiste aangiften deed, waarbij geen daadwerkelijke in- en verkoop van auto's plaatsvond binnen Nederland en Groot-Brittannië.
De verdediging voerde aan dat verdachte recht had op aftrek van voorbelasting omdat hij eigenaar zou zijn van de auto's en deze gebruikte voor belaste handelingen. Het hof verwierp dit, stellende dat verdachte geen zeggenschap had over de auto's en slechts orders opvolgde van een derde partij, waardoor geen recht op aftrek bestond.
De Hoge Raad bevestigde dat de voorwaarde voor aftrek is dat goederen worden gebruikt voor belaste handelingen en dat dit niet was aangetoond. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete tot €5.400 en de vervangende hechtenis tot 54 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.