ECLI:NL:HR:2010:BM0976
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over enquêteprocedure en bestuurdersaansprakelijkheid bij ASMI
De zaak betreft een enquêteprocedure tegen ASMI, waarbij aandeelhouders Hermes c.s. een onderzoek vroegen naar het beleid en de gang van zaken binnen ASMI. Het geschil spitste zich toe op de verantwoordelijkheid van het bestuur, de rol van de raad van commissarissen (RvC) en de informatievoorziening aan aandeelhouders.
De ondernemingskamer had geoordeeld dat het bestuur en de RvC tekort waren geschoten in hun taken, met name door een defensieve houding, onvoldoende transparantie en het niet adequaat bemiddelen bij conflicten met aandeelhouders. Ook werd de Stichting Continuïteit als medebeleidsbepaler aangemerkt vanwege haar uitoefening van een optie op preferente aandelen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de ondernemingskamer onjuiste rechtsopvattingen had en onvoldoende had gemotiveerd. Het bestuur is primair verantwoordelijk voor de strategie en hoeft niet vooraf met aandeelhouders te overleggen over besluiten binnen haar bevoegdheid. De RvC heeft geen verplichting tot actieve bemiddeling bij conflicten, en de Stichting Continuïteit geldt niet als medebeleidsbepaler voor de uitoefening van haar optie.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de ondernemingskamer voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee werd de rechtspositie van bestuur en RvC bevestigd, terwijl de rechten van aandeelhouders op informatie en verantwoording werden benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de ondernemingskamer en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.