ECLI:NL:HR:2010:BM1942

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04729
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 lid 1 WAJONGArt. 1 leden 3 tot en met 7 WAJONGArt. 3 WAJONG
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing Wajong-uitkering en verklaart cassatieberoep ongegrond

Belanghebbende vroeg een uitkering aan op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG). De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze afwijzing.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, maar dit beroep richtte zich niet op schending of verkeerde toepassing van de specifieke artikelen 1, leden 3 tot en met 7, en artikel 3 van Pro de WAJONG, zoals vereist volgens artikel 72, lid 1, van de WAJONG. Hierdoor kon het cassatieberoep niet slagen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 23 april 2010 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond wegens ontbreken van een juiste grondslag.

Uitspraak

Nr. 08/04729
23 april 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 oktober 2008, nr. 07/963 WAJONG, betreffende een besluit ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (hierna: de WAJONG).
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij besluit van 22 september 2005 heeft de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: de Raad van bestuur) de door belanghebbende aangevraagde uitkering ingevolge de WAJONG afgewezen.
De Raad van bestuur heeft het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
De Rechtbank te Groningen (nr. AWB 05/1703 Wajong) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad.
De Centrale Raad heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
3. Beoordeling van de klachten
Op grond van artikel 72, lid 1, van de WAJONG kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 1, leden 3 tot en met 7, en artikel 3 van Pro deze wet betreffende de begrippen gehuwde, gezamenlijke huishouding en ingezetene.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld terzake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens de hiervóór genoemde artikelen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2010.