ECLI:NL:HR:2010:BM2416
Hoge Raad
- Cassatie
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was veroordeeld tot een geldboete van €600 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden. De Hoge Raad bevestigt deze overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Gezien de aard en zwaarte van de opgelegde strafmaatregelen acht de Hoge Raad het niet noodzakelijk om aan deze termijnoverschrijding rechtsgevolgen te verbinden. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolg.