ECLI:NL:HR:2010:BM3316
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over loonbelastingverhoging en verwijst voor hernieuwde beoordeling
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over de periode 20 februari 1995 tot en met 19 mei 1996, met een verhoging van honderd procent. De Inspecteur weigerde kwijtschelding van deze verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en verhoging. Het hof vernietigde de verhoging gedeeltelijk en sprak een gedeeltelijke kwijtschelding uit.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd of het rekening had gehouden met de omkering van de bewijslast bij de beoordeling van de verhoging en de kwijtschelding daarvan. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het arrest vernietigd, met uitzondering van beslissingen over griffierecht en proceskosten.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor een hernieuwde beoordeling van de verhoging en de mate van kwijtschelding, waarbij ook de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie in aanmerking moet worden genomen. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de Minister van Financiën tot betaling van de proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling, met inachtneming van de omkering van de bewijslast en overschrijding van de redelijke termijn.