ECLI:NL:HR:2010:BM4132
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam
Op 25 mei 2010 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 februari 2009. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd bijgestaan door mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam. De Advocaat-Generaal Vellinga had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen die door de verdediging waren aangevoerd niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, samen met raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in aanwezigheid van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bevestigd en het cassatieberoep van verdachte definitief verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, arrest Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.