ECLI:NL:HR:2010:BM4214

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01681
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak

In deze cassatiezaak heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, is overschreden omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Deze overschrijding leidt tot een ambtshalve vermindering van de gevangenisstraf. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en vermindert deze tot 17 maanden en 2 weken, waarvan 11 maanden en 17 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voor het overige wordt het beroep verworpen.

De middelen van cassatie worden niet inhoudelijk behandeld omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 13 juli 2010.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 17 maanden en 2 weken, waarvan 11 maanden en 17 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

13 juli 2010
Strafkamer
Nr. 08/01681
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 14 maart 2008, nummer 21/003726-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 11 maanden en
17 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
4. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 17 maanden en 2 weken, waarvan 11 maanden en 17 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 13 juli 2010.