ECLI:NL:HR:2010:BM4214
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
In deze cassatiezaak heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, is overschreden omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Deze overschrijding leidt tot een ambtshalve vermindering van de gevangenisstraf. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en vermindert deze tot 17 maanden en 2 weken, waarvan 11 maanden en 17 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
De middelen van cassatie worden niet inhoudelijk behandeld omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 13 juli 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 17 maanden en 2 weken, waarvan 11 maanden en 17 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.