ECLI:NL:HR:2010:BM5150
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-toepasselijkheid artikel 6 lid 1 BOPZ bij voorlopige machtiging tot opname psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak staat de vraag centraal of artikel 6 lid 1 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) van toepassing is op een voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Verzoeker heeft cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die deze voorlopige machtiging bevestigde.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instantie naar de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 januari 2010 en neemt kennis van het cassatieberoep en de conclusie van de Advocaat-Generaal die tot verwerping van het beroep strekt. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de niet-toepasselijkheid van artikel 6 lid 1 BOPZ Pro op de voorlopige machtiging tot opname.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-toepasselijkheid van artikel 6 lid 1 BOPZ bij voorlopige machtiging tot opname.