ECLI:NL:HR:2010:BM5712

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/05144
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van verdeling opbrengst bij verkoop en uitleg exclusieve licentieovereenkomst

In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst centraal waarin partijen afspraken maakten over de verdeling van opbrengsten bij verkoop. Tevens werd beoordeeld of deze afspraak ook betrekking had op een overeenkomst die met een opvolgende partij was gesloten. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de licentie een exclusief karakter had en hoe de grenzen van de rechtsstrijd volgens artikel 24 Rv Pro moesten worden toegepast.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in 2005 en 2007, waarna het gerechtshof Amsterdam in 2008 een arrest wees dat aan dit arrest is gehecht. Greenlir stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad veroordeelde Greenlir tot betaling van de kosten van het geding in cassatie en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De uitspraak bevestigt de uitleg van de overeenkomst en de toepassing van de grenzen van de rechtsstrijd, en benadrukt het belang van duidelijkheid over het exclusieve karakter van licentieovereenkomsten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Greenlir wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

9 juli 2010
Eerste Kamer
08/05144
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GREENLIR B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. F.E. Vermeulen, thans mr. R.S. Meijer,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Greenlir en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 307402/H 05.154 (MO) van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2005 en 11 april 2007;
b. het arrest in de zaak 106.006.925/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 24 juli 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Greenlir beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Greenlir mede door mr. J. Mencke en mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk, beiden advocaat bij de Hoge Raad der Nederlanden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Greenlir in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 3.221,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.