ECLI:NL:HR:2010:BM5712
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verdeling opbrengst bij verkoop en uitleg exclusieve licentieovereenkomst
In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst centraal waarin partijen afspraken maakten over de verdeling van opbrengsten bij verkoop. Tevens werd beoordeeld of deze afspraak ook betrekking had op een overeenkomst die met een opvolgende partij was gesloten. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de licentie een exclusief karakter had en hoe de grenzen van de rechtsstrijd volgens artikel 24 Rv Pro moesten worden toegepast.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in 2005 en 2007, waarna het gerechtshof Amsterdam in 2008 een arrest wees dat aan dit arrest is gehecht. Greenlir stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad veroordeelde Greenlir tot betaling van de kosten van het geding in cassatie en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De uitspraak bevestigt de uitleg van de overeenkomst en de toepassing van de grenzen van de rechtsstrijd, en benadrukt het belang van duidelijkheid over het exclusieve karakter van licentieovereenkomsten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Greenlir wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.