ECLI:NL:HR:2010:BM6084
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid in cassatie bij bezwaren tegen lijst geldelijke regelingen ruilverkaveling
In deze zaak stond centraal de ontvankelijkheid van een cassatieberoep tegen de lijst der geldelijke regelingen in een ruilverkavelingsprocedure. Eiser en medestanders hadden bezwaren tegen deze lijst, waarin onder meer de niet-agrarische meerwaarde en de stankhindercirkel van agrarische bedrijven waren opgenomen.
De Hoge Raad verwijst naar vaste rechtspraak waarin is bepaald dat bij de bepaling van de stankhindercirkel de grens van het aangegeven bouwvlak van het agrarische bedrijf het meetpunt vormt. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat in procedures waarin uitsluitend bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen aan de orde zijn, alleen de landinrichtingscommissie als tegenpartij in cassatie kan optreden, conform artikel 217 lid 3 in Pro verbinding met artikel 182 lid 3 van Pro de Landinrichtingswet.
De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep wordt derhalve verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt de strikte procesrechtelijke regels omtrent de ontvankelijkheid van cassatieberoepen in het kader van ruilverkavelingsprocedures en verduidelijkt de toepassing van de Landinrichtingswet op de stankhindercirkel en niet-agrarische meerwaarde.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.