ECLI:NL:HR:2010:BM6084

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00157
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 lid 3 LandinrichtingswetArt. 182 lid 3 LandinrichtingswetArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid in cassatie bij bezwaren tegen lijst geldelijke regelingen ruilverkaveling

In deze zaak stond centraal de ontvankelijkheid van een cassatieberoep tegen de lijst der geldelijke regelingen in een ruilverkavelingsprocedure. Eiser en medestanders hadden bezwaren tegen deze lijst, waarin onder meer de niet-agrarische meerwaarde en de stankhindercirkel van agrarische bedrijven waren opgenomen.

De Hoge Raad verwijst naar vaste rechtspraak waarin is bepaald dat bij de bepaling van de stankhindercirkel de grens van het aangegeven bouwvlak van het agrarische bedrijf het meetpunt vormt. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat in procedures waarin uitsluitend bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen aan de orde zijn, alleen de landinrichtingscommissie als tegenpartij in cassatie kan optreden, conform artikel 217 lid 3 in Pro verbinding met artikel 182 lid 3 van Pro de Landinrichtingswet.

De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep wordt derhalve verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

De uitspraak bevestigt de strikte procesrechtelijke regels omtrent de ontvankelijkheid van cassatieberoepen in het kader van ruilverkavelingsprocedures en verduidelijkt de toepassing van de Landinrichtingswet op de stankhindercirkel en niet-agrarische meerwaarde.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

3 september 2010
Eerste Kamer
09/00157
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. PASTORIE DER HERVORMDE GEMEENTE NIJLAND,
gevestigd te Nijland, gemeente Wymbritseradeel,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
DE LANDINRICHTINGSCOMMISSIE IN DE RUILVERKAVELING "WYMBRITSERADEEL",
zetelende te Leeuwarden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Landinrichtingscommissie.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 91500/HA ZA 08-733 van de rechtbank Leeuwarden van 12 november 2008.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Landinrichtingscommissie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 september 2010.