ECLI:NL:HR:2010:BM6354
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wettelijke basis voor verhaal invorderings- en incassokosten via dwangbevel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een dwangbevel ex artikel 575 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De betrokkene was veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding, waarna invorderings- en incassokosten werden opgelegd en via een dwangbevel werden geïnd.
De betrokkene maakte bezwaar tegen het dwangbevel, stellende dat deze kosten niet via dwangbevel konden worden verhaald indien zij hoger waren dan het oorspronkelijke schadevergoedingsbedrag en wettelijke verhogingen. Het hof verwierp dit beroep en wees op de wetswijziging per 1 januari 2001, die expliciet bepaalt dat invorderingskosten als kosten van het verhaal ten laste van de veroordeelde komen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en wees op de wetsgeschiedenis en de memorie van toelichting bij de invoering van het vijfde lid van artikel 575 Sv Pro. Hiermee is de wettelijke basis voor het verhaal van invorderings- en incassokosten via dwangbevel duidelijk vastgesteld.
Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. De uitspraak draagt bij aan de rechtszekerheid omtrent de executie van geldboetes en schadevergoedingen met bijkomende kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat invorderings- en incassokosten via dwangbevel op de veroordeelde kunnen worden verhaald.