ECLI:NL:HR:2010:BM6938
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken einduitspraak
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep, omdat het bestreden arrest geen einduitspraak is in de zin van artikel 138 Sv Pro. Volgens artikel 428 Sv Pro is cassatie alleen gelijktijdig met het beroep tegen een einduitspraak toegestaan.
De raadsman van de verdachte heeft schriftelijk gereageerd op de conclusie van de Advocaat-Generaal, maar de Hoge Raad heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet inhoudelijk heeft behandeld omdat het niet aan de formele vereisten voldeed.
Het arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 28 september 2010, waarbij de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink betrokken waren. De beslissing bevestigt het belang van de procedurele regels omtrent cassatieberoepen en het onderscheid tussen einduitspraak en tussentijdse beslissingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een einduitspraak.